Hubert Lampo
Summary in English
Biografie eerste editie

(Literaire) prijzen en
    onderscheidingen

In memoriam Hubert Lampo

Rouwregister

 

Biografie (Nieuw)
 
 Hubert Lampo wordt geboren op 1 september 1920 aan de Beerschotstraat op het Kiel, een zuidelijke voorstad van Antwerpen. Vader Arthur Lampo is staatsambtenaar; zijn vrouw geeft les in het stedelijk onderwijs. Lampo wortelt in de vrijzinnige kleine burgerij die zich met de ontvoogding van de arbeidersklasse identificeert.
Lampo werkt mee aan de culturele activiteiten van de leerlingen van de Stedelijke Normaalschool en de plaatselijke jongerenafdeling van het Willemsfonds, in de oorlog een wijkplaats voor niet Duitsgezinden. Hij heeft belangstelling voor de film en blijft tot de opkomst van de video een verwoed amateur cineast.

De jonge regent leraar Frans-Geschiedenis trouwt met Mia Smits, dochter van schrijver en normaalschool- ( kweekschool-) directeur Frans Smits. Het huwelijk houdt één jaar stand. In 1943 debuteert hij met de novelle Don Juan en de laatste nimf. Ook dat jaar komt het essay De jeugd als inspiratiebron van de pers.
Hélène Defraye, Lampo’s eerste roman, ziet het licht in 1945. De hoofdpersoon is een intellectuele vrouw – de eerste in de Vlaamse literatuur. Kort na de Bevrijding ontmoet Lampo Josette Dirickx met wie hij in 1947 hertrouwt. Zij is de moeder van beide kinderen.
  Herman Teirlinck trekt Lampo aan als redactiesecretaris van het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Tegelijk is hij de facto hoofdredacteur van het “socialistisch weekblad” Parool en vult hij de culturele pagina’s van de krant Volksgazet. Lampo werkt tevens mee aan De Faun, het tijdschrift van de kring om de Gentse atheneumprefect en dichter Paul Rogghé.
Na de stopzetting van Parool krijgt Lampo een aanstelling tot rijksinspecteur van de openbare bibliotheken. Op de roman De Ruiter op de Wolken 1949) en de novelle Idomeneia en de Kentaur (1951) volgt het essay De roman van een roman over de door hem erg bewonderde Le grand Meaulnes van Alain Fournier.
De belofte aan Rachel (1952) vormt een reflexie over tirannie en de Tweede Wereldoorlog. Frank Hellemans rekent het boek tot de belangrijkste historische romans die sedert de Bevrijding verschenen. Terugkeer naar Atlantis (1953) is Lampo’s eerste roman die in Antwerpen is gesitueerd. De komende jaren speelt de stad een steeds nadrukkelijker rol in zijn werk.
In De Komst van Joachim Stiller (1960) treedt een Christusachtige figuur op. De verklaring hiervoor vindt de ongelovige schrijver in het werk van C.-G. Jung. Het tijdschrift Atomium in de roman is de spreekbuis van jonge leraren die hun afkeer uiten voor Lampo’s hoofdpersoon. Als redactiesecretaris, recensent, presentator van Vergeet niet te lezen (het boekenprogramma van de BRT-televisie) en inspecteur van de bibliotheken, zit uitgerekend de vrijzinnige socialist Lampo in de weg van jonge auteurs die door elkaar modernisme, nouveau roman en engagement propageren. Daarbij komt dat de schrijver niet te beroerd is om over de zuilgrenzen heen katholieke collega’s te bespreken.
In 1963 ontvangt Lampo voor Joachim Stiller de Driejaarlijkse Staatsprijs. Het jaar daarop verschijnt de novellenbundel Dochters van Lemurië. Twee jaar later trekt de auteur een streep onder zijn tweede huwelijk en verhuist naar de Kempen. Hij zet zijn medewerking aan Volksgazet en NVT stop.
Voor de reeks Open Kaart van uitgeverij Desclée - De Brouwer schrijft hij De draad van Ariadne (1967). Voor Manteau bundelde de schrijver opstellen en krantenartikelen over literatuur in De Ring van Möbius (1967). In de roman De Heks en de Archeoloog (1968) komt het graalthema om de hoek kijken. Het jaar daarop schrijft Lampo als Boekenweekgeschenk van de Nederlandse Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels De Goden moeten hun getal hebben, (later: Kasper in de Onderwereld).
In de zomer van 1970 bezoekt de schrijver Stonehenge, dat in zijn verbeeldingswereld een voorname rol gaat spelen. Hij vertaalt Malpertuis van de Fransschrijvende Gentenaar Jean Ray, een boek dat hem na aan het hart ligt, en bewerkt Liefde van P.-F. Van Kerckhoven in modern Nederlands. Hiermee ontwikkelt hij een methode om 19de-eeuwse Vlaamse teksten weer onder de aandacht te brengen.
De Zwanen van Stonehenge, een bundel opstellen van bijna 400 pagina’s (1972) met als ondertitel Een Leesboek over magisch-realisme en fantastische literatuur handelt over de graalliteratuur, Meyrink, Kafka, Kasack, Lovecraft, Rider Haggard, enz. Het gaat niet zozeer om een exhaustieve rondleiding door de fantastiek als wel om een intellectueel zelfportret - al reikt de eruditie erin verder dan het “specialisme” fantastische literatuur. De bundel draagt bij tot Lampo’s erkenning als autoriteit op dit vlak. Die blijkt uit honderden lezingen in eigen land, en uit gastcolleges aan de universiteiten van Keulen, Metz, Hull, Grenoble, enz.
In 1972 komt ook de novellebundel De Vingerafdrukken van Brahma van de pers. Het titelverhaal dient in 1991 als uitgangspunt voor de roman De Man die van nergens kwam. De Vlaamse en Nederlandse televisie zenden in 1976 Harry Kümel’s verfilming van Joachim Stiller uit. Later komt Jef Van der Heyden’s Kasper in de Onderwereld in de zaal.
Hubert Lampo wordt in 1979 lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, waarvan hij in 1989 het voorzitterschap waarneemt.
De publicatie van de magisch-realistische thriller Wijlen Sarah Silbermann valt samen met het begin van een moeilijke periode in het leven van de schrijver. Hij lijdt jarenlang aan depressies. Toch schrijft hij het scenario voor de televisiedocumentaire Arthur van Anton Stevens die in 1981 op de buis komt. Lampo presenteert zelf. En er komt een boek, geïllustreerd met foto’s van Pieter-Paul Koster. Het verschijnt tegelijk in het Nederlands, Frans, Engels en Duits.
In 1989 krijgt Lampo een doctoraat honoris causa aan de Université Stendhal in Grenoble - de eerste keer dat zulks een Vlaams schrijver te beurt valt aan een buitenlandse universiteit. Te Parijs en Genève verschijnen Joachim Stiller en Terugkeer naar Atlantis in het Frans.
De komende jaren publiceert de auteur in een hoogte tempo de lijvige romans De Elfenkoningin, De verdwaalde carnavalsvierder, De Man die van nergens kwam en de bundel Schemertijdmuziek met enkele autobiografische verhalen. Nieuw in de romans is de humor, nu eens expliciet, dan weer en sourdine. Ze worden omvangrijker, met meer personages. De realistische verhaallijn die naar het “optreden” van een archetype leidt, maakt plaats voor twee of zelfs drie lijnen die elk in een andere tijd spelen.
In 1992 doceert Lampo gastcolleges over eigen werk aan de universiteit van Wroclav in Polen. Dit leidt tot het essay De Wortels van de Verbeelding. Weldra verschijnt wat de laatste roman van de schrijver zal blijken, De geheime Academie. In deze thrillerachtige queeste is verhaalstof verwerkt die Dan Brown jaren later gebruikt in The Da Vinci Code.
Het Humanistisch Vrijzinnig Centrum voor Lectuurvoorziening en het AMVC richten het colloquium en de tentoonstelling Hubert Lampo - vijftig jaar schrijverschap in (1993). Paul Van Aken publiceert de lijvige studie Hubert Lampo. De schrijver van het onzichtbare (1996).
In augustus 2000 organiseert de VUB op initiatief van filosoof prof. Hubert Dethier in de Universitaire Stichting een meerdaags colloquium onder de titel Hubert Lampo, Boodschapper van het Onzichtbare. Kenners uit binnen- en buitenland voeren het woord. Een editie van Terugkeer naar Atlantis verschijnt in de Vlaamse Bibliotheek. Geen jaar later wordt de schrijver onderscheiden met de Prijs van het Vrijzinnig Humanisme. Hubert Dethier en een aantal vrienden stichten in 2003 het Hubert Lampo Genootschap.
Na de onverwachte dood van zijn vrouw Lucia in 2005 doen zich bij Lampo symptomen voor van de ziekte van Alzheimer. De schrijver overlijdt op 12 juli 2006 in het rusthuis De Bijster te Essen. Zijn as wordt bijgezet op het Erepark van de stedelijke begraafplaats Schoonselhof te Antwerpen.


(Literaire) prijzen en onderscheidingen:
1947: Prijs van de Provincie Antwerpen voor Hélène Defraye.
1954: Arthur Merghelynck-prijs van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en letterkunde voor Terugkeer naar Atlantis.
1957: Prijs voor de Roman van de Provincie Antwerpen voor De duivel en de maagd.
1961: Laureaat bij het Referendum der Vlaamse Letterkundigen voor De komst van Joachim Stiller.
1963: Driejaarlijkse Staatsprijs voor het Scheppend Proza voor De komst van Joachim Stiller.
1968: Laureaat bij het Referendum der Vlaamse Letterkundigen voor De heks en de archeoloog.
1972: SFAN-Award voor de vertaling van Malpertuis van Jean Ray.
1976: Prijs van de Provincie Antwerpen voor De zwanen van Stonehenge.
1977: Prijs voor het Essay van de Vlaamse Provinciën voor De zwanen van Stonehenge.
1981: Progressefprijs van de Vlaamse Vereniging voor Science Fiction en Fantastiek voor zijn hele oeuvre.
1983: Prijs van de Vlaamse Provinciën voor zijn hele oeuvre.
1985: Televizierprijs voor Arthur.
1986: Bernheimprijs voor zijn hele oeuvre.
1989: Eredoctoraat in de letteren, verleend door de Université Stendhal te Grenoble.
1989: Ereburgerschap van de stad Grenoble.
1990: Huldiging en uitreiking van de erepenning van de Stad Antwerpen.
1993: Gouden erepenning van de Vlaamse Raad.
1998: Provinciale Prijs voor Letterkunde voor een gezamenlijk oeuvre van de Provincie Antwerpen.
2001: Prijs Vrijzinnig Humanisme.
2002: Ereburgerschap van de gemeente Grobbendonk.